Kant-en-klaar of zelf ontwerpen?

We leven in een concept-tijd, wat betekent dat we graag aan alles een formule willen hangen. Een goed voorbeeld daarvan zijn de concept-stores die we in elke stad terug zien komen; dezelfde uitstraling, hetzelfde assortiment, dezelfde marketinguitingen. Maar ook in de horeca zie je dit zelfde principe steeds verder uitrollen; uit onderzoek is gebleken dat de concept-koffietentjes er voor zorgen dat alle steden steeds meer op elkaar gaan lijken.

Het is buitengewoon handig dat we winkels vinden in verschillende steden met hetzelfde aanbod, maar de vraag is; vinden we het ook echt leuk?

Ik weet nog goed dat ‘reisorganisatie’ Eliza was here voor het eerst een beetje bekend werd in de reiswereld. Net even dat kleine hotel vinden wat nog niemand had ontdekt, of dat mooie huis boeken in een gek dorpje in Spanje wat toevallig wel vlakbij een mooi en goed ontwikkeld strand lag. Dat maakt je als mens toch blij? Niet die mega hotels of parken waar ‘jan en alleman’ naartoe gingen. Of toen ik na Amsterdam de stad Utrecht meer ben gaan bezoeken omdat ik er vlakbij ging wonen; ik merkte direct op dat er echt andere soorten winkels te vinden waren, meer eigen en uniek.

Het is toch vreemd dat we als mens dus blijkbaar ‘praktisch’ voor ‘inspirerend’ laten gaan, terwijl we eigenlijk heel blij worden van een unieke ervaring? Zo zie ik een interieur ook eigenlijk het liefst: eigen, goed samengesteld en veel aspecten waar je van kan genieten en je jezelf over kan blijven verwonderen.

We richten tegenwoordig ons huis namelijk ook snel in als een formule; we kijken goed wat Pinterest te bieden heeft, duiken de webshop in of woonboulevard op en selecteren de items zoals we ze hebben genoteerd, halen het in huis en ons interieur is klaar. Het lijkt op het bakken van brownies waar enkel water aan toegevoegd wordt, of de beroemde Ravensburger waar we alleen vakjes met de juiste verf hoeven in te vullen en daar hangt onze Van Gogh.

Nee, niet echt bevredigend lijkt mij.

Mijn werkwijze als het om ontwerpen gaat, heeft altijd als doel om huizen in te richten voor de bewoners zelf. Hoe belangrijk een sterk handschrift ook is voor een ontwerper, ik vind het prettig om mijn zesde zintuig te gebruiken en goed aan te ‘voelen’ wat mijn opdrachtgever nou echt wil en nodig heeft. Deze vraag beantwoorden is lang niet altijd makkelijk voor een opdrachtgever aangezien we snel geneigd zijn ons te laten leiden door wat we mooi vinden.

Veel mensen zijn goed in het analyseren van het heersende interieurbeeld en weten dit vervolgens goed om te zetten naar hun eigen woonomgeving. Maar is dat dan echt een interieur geworden waar dagelijks die prikkel en verwondering in zit? Echt opzoek gaan naar je roots op woongebied is namelijk iets heel anders. Een huis kunnen vullen met items die jou blijven prikkelen, inspireren en verassen is echt een kunde, een sport en discipline die je kan ontwikkelen. Lef hebben en minder ‘afkijken’ bij andere interieurs kan al een stap in de goede richting zijn..

Als je echt eens opzoek wilt gaan naar die persoonlijke ontwikkeling binnen interieur, dan maak ik graag een afspraak met je om dit traject eens op te tuigen. Hieronder ter inspiratie mijn ‘score’ aan fascinerende items die ik de afgelopen periode heb gevonden. Hoe zien die van jou eruit?